De Gallische stad |
De mont Beuvray is altijd een dichtbevolkt gebied geweest. Toch duurde het tot aan het eind van de derde eeuw v.C. voordat de Aedui, een Gallische stam, besloten er hun hoofdstad te vestigen en er een stad te stichten met de naam Bibracte. Het hoogste inwonersaantal van de ommuurde stad wordt geschat op 5000 tot 20.000 inwoners.
Vercingetorix werd er in 52 v.C. uitgeroepen tot leider van de Gallische coalitie en Julius Caesar voltooide er de redactie van zijn beroemde boek Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië, over de oorlog tegen de Galliërs.
Bibracte was het economisch, politiek en religieus centrum en vertelt in detail het leven van de Galliërs in de tweede en eerste eeuw v.C. Opgravingen hebben, jaar na jaar, de vestingwerken, monumentale toegangspoorten, openbare gebouwen en een centrale toegangsweg (die verschillende wijken doorkruist) blootgelegd.
Toch wordt Bibracte na iets langer dan een eeuw na de stichting verlaten ten gunste van Augustodunum (het huidige Autun), dat vanaf het einde van de eerste eeuw v.C. op 25 kilometer van de mont Beuvray werd gesticht.
Vandaag de dag is Bibracte een referentieplaats voor de studie van Keltische beschaving.
|
|
Sinds 1984 is Bibracte :
- een archeologische vindplaats en opmerkelijk natuurgebied, met meer dan 1000 hectare bos,
- een museum met een overzicht van de Keltische beschaving in heel Europa,
- een Europees onderzoek- en opleidingscentrum voor archeologie.
|
|
|
|
|
|
Een kort historisch overzicht |
 |
| Jacques-Gabriel Bulliot |
|
|
|
|
Al sinds de Renaissance buigen de geleerden zich over de lokatie van Bibracte. De meesten kiezen echter voor Autun.
Wanneer Napoléon III wil schrijven over de geschiedenis van Julius Caesar, wordt er begonnen met onderzoek om Alésia, Gergovie of Bibracte te lokaliseren. Wetenschappers worden geraadpleegd en men stimuleert archeologische opgravingen.
De burggraaf van Abboville, eigenaar van de mont Beuvray, laat er in 1865 onderzoek verrichten.
Een wijnhandelaar in Autun en humanistisch onderzoeker Jacques-Gabriel Bulliot, is er al gedurende lange tijd van overtuigd dat het oude Bibracte zich op de Beuvray bevindt. Napoléon III geeft hem in 1867 de opdracht de berg te onderzoeken en Bulliot voert er tot 1895 opgravingen uit. Hij legt muren van huizen, werkplaatsen, openbare gebouwen bloot en vindt duizenden voorwerpen die vandaag de dag liggen uitgestald in het Rolin museum in Autun en het Nationaal Museum voor oudheden in St-Germain-en-Laye.
|
|
|
|
 |
| Topographes du début du XXe siècle |
|
|
|
|
Joseph Déchelette, neef van Bulliot, werkt mee aan de opgravingen en neemt later de leiding over. Déchelette, die veel correspondeert met andere archeologen, wordt zich ervan bewust dat er zich in Beieren, Hongarije en Bohemen identieke vestingwerken als bij Beuvray bevinden. Hij beseft zich dat er zich een "beschaving" over een groot gedeelte van Europa uitstrekte.
Bij zijn dood, in 1914, komt het werk in Bibracte en de Beuvray stil te liggen.
In 1984 wordt er op initiatief van president François Mitterrand een uitgebreid onderzoeksprogramma opgezet met medewerking van onderzoekers uit heel Europa. In het kader van de "Grands travaux de l’Etat" (grote werken van de staat) werd dit programma gecombineerd met de oprichting van een onderzoekscentrum, een museum en de aankoop van het opgravingsgebied van de mont Beuvray.
Vandaag de dag leidt het Europees Archeologische Centrum het onderzoek in opdracht van het Franse ministerie van Cultuur. Dit centrum beheert de bescherming en exploitatie van het terrein dat inmiddels is bevorderd tot nationaal erfgoed en geklasseerd als historisch monument en historische lokatie.
|
|
|
|
|
|